Column pleegouderraad april 2021

"Tja..."

Ik wil u uitnodigen even een stukje met mij op te lopen. En dan ben ik benieuwd of u onderstaande situaties herkent:

“Ik vind het toch zo knap van jullie he?” 
“Wat?”
“Nou, andermans kinderen opvangen. Ik zou het echt niet kunnen hoor.”

Tja… wij hebben twee pleegkinderen. Sommigen van u misschien wel drie. Of vijf. En sommigen van u vangen sinds vorige week woensdag alweer jullie 38e crisispleegkind op en hebben met 22 van de andere 37 nog steeds contact. Hoe verschillend onze individuele situaties ook zijn: u herkent vast wel de kwalificaties die mensen aan ons als pleegouders geven: ‘knap’ of ‘dapper’. Hoe zou dat nou toch komen? Dat we zowel bewondering als bijna medelijden oogsten als mensen weten dat je kinderen in je gezin opvangt die al dan niet tijdelijk, niet meer bij hun eigen ouders kunnen wonen. Is het echt zo bijzonder wat we doen? Ja, ik denk van wel. Bijzonder, in de zin van: niet standaard. Niet vanzelfsprekend. Helaas. Want er wordt soms nog steeds met kinderen geleurd.

Aan lang niet iedereen vraag ik waarom ze ons knap of dapper vinden, want dan weet ik dat ik ga schrikken van antwoorden. Zo vraagt de een zich hardop af waarom je de problemen van een ander zou willen oplossen of vraagt een ander je of je je wel hebt gerealiseerd wat voor ellende daar allemaal uit voort kan komen. De mensen die ik het wel vraag, geven dan meestal aan dat ze bang zouden zijn om de kinderen weer los te moeten laten, angst hebben voor agressie of dat je als pleegouder altijd op je hoede moeten zijn voor de biologische ouders: “Straks staan die ouders ineens voor je deur. Ben je nooit bang dat je gevolgd wordt?”. Ik heb zelfs weleens de reactie gehad: ”In sommige situaties denk je toch: ze zouden mensen toch verplicht moeten steriliseren”. En hoorde ik: “Deze man verdient de titel ‘papa’ toch helemaal niet. Ik vind het echt knap hoe respectvol je toch over hem blijft praten. Die kinderen hebben toch ook wel door dat het een flapdrol is?”. Niet alleen wij als pleegouders krijgen namelijk allerlei kwalificaties toegedicht, maar ook de biologische ouders van de kinderen in ons gezin. Tja…

Ik vraag me wel eens af: Zijn wij als pleegouders stiekem dan toch knap en dapper? Omdat wij misschien verder kijken dan onze neus lang is en de persoon achter de biologische ouder zien? Die persoon die ontzettend veel van zijn of haar kind(eren) houdt ook al zijn er keuzes gemaakt die wij waarschijnlijk niet zullen maken, maar die ook het gevolg kunnen zijn van zaken waar hij/zij gewoonweg niets aan kan doen. Dat betekent niet dat u er soms niet het uwe van mag denken. We zijn als pleegouders zeker geen moraalridders of wereldverbeteraars. Ook ik deel mijn minder positieve ervaringen (ik spui soms ook) wel eens met de pleegmoeder van de halfbrusjes van onze pleegkinderen. Dan gaat het over zaken die hun overigens ontzettend lieve moeder betreffen, maar waarbij we ook onze voorhoofden weleens fronsen. We sluiten dan steevast af met de woorden: “Tja…. daarom wonen ze ook bij ons”.

Als de goedbedoelde medemens klaar is met zijn oordelen over mij als pleegouder en de biologische ouder dan is mijn pleegkind aan de beurt. Want ook die ontkomt niet aan een reeks van (voor)oordelen. “Zijn ze nou nog een beetje dankbaar? Ja, echt waar, dat is ons gevraagd! “Ze boffen maar bij jullie, want ze hadden echt niet gekregen wat ze nu bij jullie hebben hoor, als ze daar op Zuid waren gebleven”. “Dat gedrag komt toch voort uit hun jeugd he. Zeker een trauma. Hopelijk redt ie het in de volwassenheid met zijn rugzakje. Hij zal vast wel bindingsangst hebben zeker?”.

Och, al die reacties! Ik lach er maar om, verbaas me er soms over, sommige opmerkingen houden me een dagje bezig en laat ik dan weer van mijn rug afglijden en bij tijd en wijle schiet ik in de verdediging en neem ik het op voor alle ouders en kinderen: de biologische en de pleegvariant. Want alles rondom pleegzorg gaat me aan het hart.

Herkent u ook deze vraag? “Als je het over mocht doen, zou je het dan weer doen?” Tja…. Wij wel! En hopelijk u ook!