Column POR - het Been

April 2000. Ergens in een Rotterdams ziekenhuis wordt een kleine baby geboren. Een jongetje. Te vroeg, nog niet klaar voor de wereld. Zijn ouders wonen tijdelijk in een caravan en dat is niet uit luxe. Vanwege de vele schulden zijn ze uit hun huis gezet. De kleine baby blijkt veel te huilen en heeft veel meer zorg nodig dan dat zijn ouders hem op dat moment kunnen bieden. Ter observatie brengen zij de jongen naar het ziekenhuis om hem daar vervolgens niet meer op te halen. De schaamte is groot en jarenlang verdwijnen ouders volledig uit beeld. De jeugdbescherming wordt ingeschakeld en brengt de jongen naar een pleeggezin waar hij op kan groeien. 

Juni 2004. De ouders zoeken na jarenlange afwezigheid weer contact. Ze missen hun zoontje verschrikkelijk en hebben spijt van de keuze die ze hebben gemaakt. Voor een terugplaatsing is het te laat, dat weten zij ook. Het jongetje is inmiddels volledig in het pleeggezin gehecht. Hoewel hij weet dat er ergens op de wereld een ‘echte papa en mama’ zijn, is dit voor hem zijn veilige basis. En die veilige basis heeft hij, vanwege zijn autisme en onveilige hechting, heel hard nodig. Het contact tussen de jongen en zijn ouders verloopt daardoor stroef. Hij wil maar weinig van ze hebben en zoekt tijdens de bezoekmomenten veiligheid bij zijn pleegvader. Toch blijft met name de jeugdbeschermer zich onverminderd inzetten voor het soepeler laten verlopen van deze contactmomenten. Hij is immers diegene die ten tijde van de plaatsing in het pleeggezin, de ouders heeft beloofd dat zij hun zoon te allen tijde zouden mogen blijven zien. Hij wil koste wat kost voorkomen dat hij deze belofte moet breken. 

Mei 2013. Een gesprek tussen de inmiddels 13-jarige jongen, zijn jeugdbeschermer en mij. Op zijn verzoek. De jongen wil zijn ouders nooit meer zien en dat moeten wij voor hem regelen. Dit strookt op geen enkele manier met de belofte die is gedaan aan de ouders. We praten als brugman om de jongen in te laten zien dat een verhaal altijd twee kanten heeft. Zelf probeer ik dit aan de hand van een metafoor van een been. Een been dat pijn doet, kun je laten amputeren. Je hebt dan geen pijnlijk been meer maar je moet daarna wel verder met slechts één been. Dat is toch geen pretje lijkt me. Wellicht is het het proberen waard om het pijnlijke been te opereren waardoor het been blijft maar de pijn verdwijnt? Maar de jongen wil niet. Hoe meer wij hem ervan proberen te overtuigen dat zijn ouders hem uit liefde hebben achtergelaten in het ziekenhuis en niet, zoals hij denkt, omdat hij niet belangrijk genoeg was voor hen, hoe meer hij in de ankers gaat. Hij wil dat het pijnlijke ‘been’ uit zijn leven verdwijnt. En omdat je een 13-jarige jongen nu eenmaal niet kunt dwingen, rest ons de verdrietige taak de ouders te informeren over zijn beslissing. Middels foto’s en verslagen houden we hen voortaan op de hoogte van het leven van hun zoon, het minste wat we kunnen doen. 

Juli 2021. Mijn telefoon gaat. Het is de inmiddels 21-jarige jongen van toen. Of ik nog bij pleegzorg werk. Of ik me hem nog herinner. Dat het goed met hem gaat. Dat hij inmiddels op zichzelf woont. Dat hij een eigen bedrijf is gestart. Dat hij zoveel vragen heeft. Over zijn ouders en hoe het destijds toch allemaal gegaan is. En of we daar eens kunnen over afspreken.

De jeugdbeschermer van toen werkt allang niet meer bij jeugdbescherming. Toch lukt het mij om met hem in contact te komen. Als er iemand is die niets liever wil dan alle vragen van deze jongen beantwoorden, dan is hij het wel. Zou hij na al die jaren toch zijn belofte aan de biologische ouders nog na kunnen komen? En is de jongen daarmee eindelijk in staat om zijn pijnlijke been te accepteren voor wat het is?